Mealprepping… Wablieft?

Een tijdje geleden schreef ik dat ik veel voor-kook.

Hoe en waarom doe ik dat dan?

Toen ons oudste naar de peuterklas gingen, beseften we dat onze avondroutine verandering nodig had. Na een lange klas- en werkdag zochten we vooral een manier om op een rustige manier te kunnen eten. De kinderen waren op hun best als ze elke avond net voor 19u het licht uitdeden. Vroege slapers dus, want vroege vogels (en geloof me, later in bed steken helpt hier geen zier). Mijn ervaring was overigens ook dat dit hen minder vatbaar maakt voor schoolmicroben.

De kinderen kwamen echter thuis net na 18u, ten vroegste. In een uur tijd hen eten geven en warm koken voor onszelf: ik was een kip zonder kop. Zelf pas na hun bedtijd beginnen aan het eten was moeilijk, zelf vroege slapers zijnde (ik sta om half zes op) en genieten van dat uurtje met de kinderen lukte niet.

Omdat mijn echtgenoot niet over de luxe beschikt van een bedrijfsrestaurant en ik het wel nog steeds belangrijk vind voor de gezondheid en de portemonnee dat hij zelfgekookt eet, ging ik dus over op “voor-koken”.

Enkele tips:

  1. Een goede diepvriezer is altijd het startpunt. Samen met goede duurzame bewaardozen en -borden. Alvast excuses voor de rampfoto, heeft iemand een toonbare potjeskast?
  2. Een makkelijke voor de hand liggende tip: kook in grotere hoeveelheden. Natuurlijk zijn bolognaisesaus (met of zonder pasta), lasagna en macaroni de klassiekers maar hier wordt ook chili sin en chili con carne in grote porties gemaakt, alsook bloemkool in kaassaus en prei-gehaktschotel.
  3. Je kan veel invriezen. Probeer gewoon. Wat nergens meer naar smaakt, zijn gekookte aardappelen en courgettes. Gerechten met die ingrediënten worden in de koelkast bewaard en in het begin van de week op het menu gezet. Andere zaken vliegen zonder schrik de diepvries in. Alleen bij het bakken van je vlees dien je er rekening mee te houden dat dit nog even verder “bakt” bij het heropwarmen en dat je het dus niet te ver laat garen.
  4. Je gaat niet dood van wat herhaling. Liever twee keer in een week hetzelfde maar vers, dan fastfood of traiteureten. Mijn man krijgt op maandag wel eens de kopie van de zaterdag mee en op woensdag misschien dit van de zondag. Geef er een twist aan door andere groentjes of een stukje vis uit de diepvries met dezelfde pasta. Zet dat dan enkele weken niet meer op het menu en je hebt evengoed een gevarieerd eetpatroon.
  5. Plannen. Uiteraard. Op vrijdagavond plan ik het weekmenu (zie ook hier voor handige sjablonen) en op zaterdagochtend wordt de koelkast en de voorraadkast aangevuld. Daarna ga ik ermee aan de slag: het fornuis draait op volle toeren op zaterdag- en zondagochtend. Als ik van thuis werk (en dus vroeger thuis ben) zou ik ook eens koken maar anders wordt hier eigenlijk niet gekookt van maandag tot vrijdag. Onverwachte restjes gaan de diepvries in voor later en ik hou een register bij van wat wanneer en hoe het die lades in wordt geschoven. Dat klinkt wel heel erg boekhoud-achtig maar anders weet ik echt niet meer wat die bevroren massa is (moet ik daar nu nog vlees bijgeven of zit dat er al in?).

Wat zijn de voordelen hiervan?

  1. De eerste die op een werkdag thuiskomt, dekt de tafel voor een broodmaaltijd met rauwkost of soep (meestal ik dus). Opruimen en klaarzetten voor de volgende dag, dat gebeurt pas als ze in bed zitten. Zo kan je met volle aandacht naar hun verhalen luisteren. Soms maak ik hun brooddozen al klaar in plaats van te eten, zodat ik dan pas zelf eet als mijn echtgenoot thuiskomt (romantisch diner 😉 ). Het punt is vooral: ik zit bij hen aan tafel, in plaats van aan het fornuis te staan.
  2. Je spaart eten uit: restjes worden hier doorgaans altijd gerecycleerd in een andere vorm, later die week/maand.
  3. Je spaart energie: je kookt in één keer en wast enkel af in het weekend. Heel de werkweek blijft de keuken netjes onaangeroerd.

Gezien mijn echtgenoot met veel liefde en graagte de boodschappen doet op zaterdag, is voor ons zo’n foodbox geen oplossing. Het was het koken dat erbij inschoot en nu doen we al vijf jaar aan mealprepping. Eens je het gewoon bent, verloopt dit vlotter en makkelijker dan het lijkt.

Al geef ik wel toe, als ik dan eens moet koken voor één keer, dan heb ik plots wel weinig om handen.

Hoe lossen jullie de avondspits op?

 

Mijn mobiliteitsoplossingen

De week van de mobiliteit vraagt om een dergelijk stukje. Met twee kleine kinderen en de overtuigde wens om zo weinig mogelijk te vervuilen, moet je al eens een andere oplossing inschakelen.

Ik geef even een overzicht van wat ik hier al gebruikte, met mijn ervaringen erbij.

  1. De fietskar: dit was het begin. We hebben deze gebruikt tot ons oudste naar het 2de kleuter ging en de jongste startte op school. De Croozer for 2 werd 2dehands gekocht en weer verkocht en bewees echt zijn dienst. Hij ging zelfs mee naar Centerparcs want al hadden we een kleinere wagen toen, opgevouwen pastte die daar netjes in. Gezien mijn echtgenoot zijn beperktere fietservaring, mocht ik hem trekken. Nooit onveiligheidsgevoel gehad, alleen wordt het zwaarder als ze groter worden.
  2. Toen  de kinderen groter werden, ging ik op zoek naar een betere oplossing. Ons oudste kon al fietsen maar ik zag haar nog niet door de spits naar school naast me fietsen. Bovendien had ik de jongste achterop: ervoor dat je niet zomaar je fiets de grond kunt laten kussen als je oudste stommiteiten uithaalt. Een bakfiets zag ik echter niet zo zitten om aan te kopen. Achteraf gezien heb ik daar nu wel spijt van, had ik geweten dat ik meer en meer zou fietsen met de kinderen, had ik daar al jaren deugd van gehad. Uiteindelijk ging ik voor de Follow-me. Toen nog niet zo gekend, nu betert dit. Wat hebben we daar nog steeds genot van! Op fietstochten fietst ze alleen maar in de schoolspits hang ik haar fiets in mijn wiel. Ze leert in het verkeer te zitten en trapt mee, waardoor het voor mij niet té zwaar is en ik de jongste mee kan pakken op het zitje. Gebruikt ze het niet, dan vouw je het gewoon op! Wel verzwarend voor het achterwiel en het vereist wat inzicht maar hey, als ik er weg mee kan.Afbeeldingsresultaat voor follow me tandem
  3. Het fietsstoeltje: dit is dé basic. We hadden zo’n wipmodel op de geboortelijsten. Vlak voor de zomer heb ik deze op mijn fiets vervangen door een doorgroeimodel. Klaar voor de volgende korte fietsritjes. Ideaal voor als mijn echtgenoot eentje afzet op een sport en ik die dan moet halen. De oudste weegt meer dan 22kg en is het immers ontgroeid. En het grootste voordeel van dit stoeltje? Er zijn geen armleuningen meer aan. Door de gewoonte vroeger de armen naast zich te leggen, weten ze nu niet waar hun armen gelaten en dus bij gebrek aan houvast, slaan ze hun armen rond mij. Smelten gegarandeerd.

Jammergenoeg voel ik dat we de follow-me beginnen te ontgroeien. Ons dochter rijdt nu op een 24 inch fiets dus ik hang de jongste er nu aan. Steeds vaker pik ik de kinderen per fiets van school op en ben ik wel een geladen ezeltje, met mijn computertas, hun boekentassen en soms een academie- of zwemtas, een verdwaald knutselwerk en dan nog een jas op warme dagen.

Bovendien is het vaak dat ik ze enkel ophaal ’s avonds: mijn echtgenoot zet hen op weg naar zijn werk per auto af dus dan kan ik met enkel mijn fiets en één zitje ze niet oppikken.

Hier de nieuwe oplossingen die ik overweeg. Ik tob er al enkele maanden over, want het zijn geen kleine investeringen.

Waar ik aan denk:

  • Een longtail cargo bike zoals de Yuba. (Daar kunnen twee kinderen achter elkaar op een lange pakdrager)
  • Een Tern plooifiets cargo
  • de urban arrow (zien jullie die nu ook wel overal plots opduiken?)
  • Afbeeldingsresultaat voor urban arrow
  • of gewoon een zadel op de stang of een fietsplankje. Hollanders, die durven alles op hun fiets.Zadel op Stang Model Nr. 2 voor herenfiets met stalen stang

Iemand ervaringen met zoiets?

Update

Het werd de Tern GSD. Check mijn Instagram om te zien hoe laaiend enthousiast ik ben over deze vervanger van mijn wagen!

Over vuurwerk in je hoofd

unnamed (6)“een goede gezondheid”. Het is iets wat we elkaar allemaal toewensen met Nieuwjaar. En als je dan echt in de ogen van mensen kijkt, zie je gauw wie spreekt uit ervaring en bij wie dit een plichtmatige uitspraak is.

Er zijn altijd mensen die het zwaarder treffen. Denk maar aan de kleine engel van Ellen, mum of 4. Of Cosette, de lieve dochter van Charlotte via Instagram. Denk maar aan de mensen die ik dit jaar de strijd zag aangaan – en soms verliezen – tegen kanker. Denk maar aan mensen die de zin van het leven niet meer durven/kunnen/willen zien.

Ik deel graag even mijn ervaringen.

Onze dochter heeft soms vuurwerk in haar hoofd.

Het was vorige week drie jaar geleden dat dit de eerste keer gebeurde. Slaapdronken werd ik geconfronteerd met een kleuter die op een beestachtige manier lag te beven en te roepen in haar bed. Je denkt aan de slapende mannen in huis, maant aan tot stilte, spreekt smekende en troostend woorden. Heel even flitsen de beelden van The Excorcist door je hoofd. En na enkele lange minuten… weer stilte en rust. En beduusd kroop ik weer in mijn bed.

De volgende ochtend leek het even een nachtmerrie. In de rush van de ochtendspits naar de achtergrond verdringend, opeens in herinneringen opgedoemd tijdens de lunchpauze. Ik bedacht dat in de nacht alles erger lijkt en zwakte het af. Een slechte droom zal het wel geweest zijn.

De weken verstrijken en worden een maand. ’s Nachts uit bed moeten omdat ze roept “omdat mijn been trilt”. “Ja, meid, dat gebeurt wel eens, slaap maar verder”. Dan een tweede keer, zo roepen en trillen en erna volledig krachteloos. Korter, maar het zet je tot nadenken. Toch eens een afspraak maken bij die kinderneuroloog. Confrontatie met hoe moeilijk die studie op de hersenen nog is, zelfs in de beste ziekenhuizen van ons Westers land. De vraag om te documenteren en te filmen. Verbijstering: in plaats van haar vast te houden, tegen te houden, moet je er een camera opzetten. Paniek ook: als het overgeven op de vreemdste momenten opduikt en dr. Google het woord hersentumor steeds hoger zet bij de zoekresultaten.

En dan, anderhalf jaar na die eerste van vele aanvallen later, diverse scans verder, valt de bevestiging dat het epilepsie is. De zoektocht naar de oorzaak wordt gestaakt, die naar een methode om grip te krijgen, begint.

Je hoort me zeker niet klagen. Het is beperkt tot de nacht, voornamelijk en geeft geen impact, dat we denken, op haar dagelijks functioneren. Daardoor kan je haar met een gerust hart laten spelen bij vriendinnetjes en op schoolreis mee laten gaan. Een administratieve mallemolen om dat uitgekozen medicament in België te krijgen, neem je erbij. De fiches om op school en vakantiekampjes de medicatie toe te dienen, neem je erbij. Je neemt overal een noodpil mee en op reis heb je reserve mee voor een hele zomer.

Het moeilijkste blijft echter de angst. De babyfoon doet weer zijn intrede en net als ze beiden weer wat doorslapen en je met een geruster hart ze bij een babysit laat, is er een onrust die zich nestelt in je achterhoofd. Het is een klein duiveltje dat met je meereist, waar je ook gaat. De enige keer dat je op je gemak bent, is wanneer ze naast je slaapt in het grote bed. Logeerpartijtjes worden nog niet ingevoerd en de enige deur waar je hen vroeger eens een nachtje kon brengen, blijft subtiel ook gesloten.

Vorige week nog, hoorden we een klein geluidje op de babyfoon terwijl we tv keken. We legden de focus onmiddellijk naar dat kleine apparaat dat de link met de hogergelegen verdieping maakt. Nog een geluid, een snik. Ik ren naar boven en beelden van de laatste grote aanval, acht ellenlange minuten geschreeuw en gebonk schieten door je  hoofd. De MUG die kwam opgereden, te laat maar hij was er toch. De ellenlange minuten je dochter zien schokken en bewegen en haar niet kunnen bereiken. De afstand tot haar geest, helemaal weg in de wolken. De ellenlange minuten aftellen, de noodpil niet willen/durven inzetten. En dan aankomen bij haar bed en zien dat het niets is, een droom, even wakker. Weer extra waken, vele keren wakker worden in die nacht, de onrust die weer opflakkert.

Vuurwerk in haar hoofd. Ik zie het liever in de zomernacht boven haar lieflijke gezicht.

 

vuurwerk_3

Vijf leuke uitstapjes

Op zoek naar een leuke dag-uit met je kinderen of met jezelf? Aan inspiratie vast geen gebrek op websites allerhande. Check je ook eens de website van de Gezinsbond? Altijd leuke tips.

Ik post even mijn favorieten van het voorbije jaar.

  1. Het kindermuseum in Elsene. Een kindermuseum is een wereldwijd netwerk dat kinderen op een intuïtieve manier zaken bijleert over de Grote Wereld. Op dat moment liep de tentoonstelling rond Gevoelens. Denk: uitproberen en overal aanzitten. Denk niet: Technopolis: meestal zijn de zaken gericht op de wereld, nationaliteiten, samenleven en gevoelens. Pik ondertussen ook eens de buurt mee: beetje yuppie maar mooi en klein met leuke, lokale winkeltjes en bars.Kindermuseum Elsene
  2. Trainworld: in Schaarbeek en natuurlijk ga je daarheen per trein. Ideaal voor een regendag en voor kinderen met interesse in voertuigen en verkeer. Heel leuk, al vond ik de toegevoegde waarde van de Lego-experience nogal overroepen. Onze kinderen vonden het een super dagje. Reken wel dat je langer dan een halve dag nodig hebt om het museum rond te gaan, zelfs als je er sneller overgaat dan de eerste beste NMBS-adept.
  3. Red Star line museum in Antwerpen. Had ik al aangekondigd een tijdje terug. Echte topper en bij ons ook in te kaderen rond de reis deze zomer: we gaan richting Amerikaanse Oostkust dus zullen dan zien waar al die “gelukzoekers” die hier vertrokken, daar aankwamen. Altijd goed om hen te motiveren als we daar Ellis Island bezoeken. Best wel pas te doen vanaf het eerste leerjaar en lekker educatief door te trekken rond actua themata zoals migratie vandaag.
  4. Het huis van Alijn. Toppertje in centrum Gent. Een soort Bokrijk maar dan binnen: mooie verzameling van volksgeschiedenis in de 20ste eeuw en leuk om kinderen te tonen hoe hun (over-)grootouders leefden, woonden en werkten. Je hebt daar af en toe speciale (Vlieg)rondleidingen die de moeite waard blijven. Bovendien gericht op heel inclusief onderwijs: slecht-ziende en slecht-horende mensen krijgen heel veel extraatjes qua beleving en ook voor autistische bezoekers is er een speciaal traject. Een kleine variant hierop is trouwens te vinden in het René Declercq museum in Deerlijk. En voor je vraagt waar dat ligt: Niel Destadsbader is dus vandaar, he, mensen.
  5. Het park dichtbij je huis. Meer en meer apprecieer ik om met de kinderen thuis onder mijn kerktoren te blijven. Beginnen ze zich wat te vervelen, dan is er wellicht een park dichtbij jou met een glijbaan. Hen leren dat ze “gewoon thuis” ook dienen te appreciëren.

Ben je op vakantie in Europa? Dan lijst ik even onze toppers verder weg voor je op.

  1. Giverny, het dorp van Monet tussen Parijs en Normandië.
  2. Nemo in Amsterdam.
  3. Legoland, het originele dan wel 🙂 in Denemarken
  4. Het Ikea museum in Zuid-Zweden: topper voor Ikea-lovers of designliefhebbers: het mag dan misschien geen trend-setter maar een trendvolger zijn: je kan er niet omheen dat Ingvar Kamprad de meubelsector voor altijd veranderde.
  5. Het automobielmuseum in Turijn: alleen al voor de lopende band waar je het productieproces van een wagen kunt volgen.

En ook: de vele picknickplekjes die je gewoon zelf vindt. Als je even kijkt. Geniet! en deel gerust enkele tips.

 

  1. parkje

Lichtstad met een kleuter

Wanneer je favoriete nichtje in het hartje van een Hollandse grootstad woont en je zelf meer vakantiedagen hebt dan je echtgenoot, ligt het voor de hand dat je eens een moeder-dochter uitstap plant richting die mooie stad. Vorig jaar kaderde ik dit in als een “afscheid van een kleuterdochter” einde augustus.

Toen onze jongste dit jaar, in zijn laatste kleuter, regelmatig sprak over de Eiffeltoren en dat hij die eens wou zien (waar ligt die dan wel, kleine man? In Parijs, he, mama, in Frankrijk, weet je dat niet?) ging ik overstag. Een afscheid van de kleuterzoon, gelijk voor elk, was de redenering.

Ik boekte dus een heen&terugticket met de TGV op een lesvrije dag. Zonder overnachting weliswaar, want daar zijn er geen gratis logies voor ons en bovendien staat in de zomer onze eerste “grote reis” gebudgetteerd.

We wonen echter op een steenworp van Rijsel dus is Parijs best wel dichtbij: van deur tot deur anderhalf uur enkel. We stapten de “supersnelle trein” op om 9u15 en waren een uurtje later in de lichtstad.

unnamed (4)

Eerst richting Eiffeltoren. Ik had, gezien we maar één dag in de stad vertoefden, een kleine voorbereiding gedaan en besloten om de metro op te gaan met een dagpas. Twee lijnen verder stapten we uit aan Trocadero en wandelden we richting Eiffeltoren. Na uitvoerig onder en rond de Eiffeltoren gewandeld te hebben, doken we de metro in aan de Militaire school. Toen ik immers vier weken op voorhand gezocht had om tickets voor de Eiffeltoren te bestellen, bleek deze uitverkocht. Tenzij ik 150 euro per persoon (!) betaalde. Dus een leugentje om bestwil later (enkel mensen van Frankrijk zelf kunnen die toren op, jongen) kwamen we bij Notre Dame weer boven. Helaas konden we niet dichtbij en de jongste snapte vast niet wat het effect was van het zicht op de half afgebrande kerk op de toeristen. We aten in een Italiaans restaurantje vlakbij want ondanks de drie tussendoortjes, knorde zijn maag alweer.

unnamed (5)

De derde topper die ik geselecteerd had, was de Sacré Coeur met Montmartre.  We stapten eerst samen op de nostalgische paardenmolen en hielden dan pauze op het mini-speelplein. Daarna namen we de funiculare naar boven, naar de kerk. Er vertrok net een toeristentreintje toen we aan de voet van de Sacré Coeur kwamen. Iets waar ik voor ik kinderen had, altijd smalend op neerkeek maar wat ik nu wel meer en meer apprecieer. Inmiddels hadden we immers al heel wat kilometers in onze benen. Na het ritje door Montmartre, inclusief de “kijk, mama, wat is die grote rode molen”, dwaalden we rond de witte kerk vooraleer een laatste keer de metro in te duiken. Een ijsje later gingen we de TGV op.

Onze jongste man, nooit de grootste stapper geweest, had toch mooi meegewandeld, zonder zeuren en genietend van de onverdeelde aandacht. Zo’n momenten zijn goud waard voor hen en voor jezelf. En jij, wat doe jij van uitstapjes?unnamed

Het land rond per openbaar vervoer

Als ik vertel dat ik voor mijn job vaak in alle uithoeken van het land dien te zijn en dit doe met het openbaar vervoer, wordt er wel eens gevraagd of ik dan een Netkaart aanhoud (dit is een abonnement van de NMBS voor het hele land). De meerprijs echter ten opzichte van mijn gewone werkabonnement is te zwaar om zelf te betalen, dus nee, ik heb enkel “Nest-Brussel” als abonnement. Dit wordt voor 2/3 terugbetaald door mijn werkgever. Voordeel is hier dat Gent op dit traject ligt, dit komt me soms van pas voor privé uitstapjes.

Maar hoe doe ik het dan wel?

Naast mijn gewone abonnement, heb ik nog vele kaarten op zak. Deze zorgen ervoor dat het betaalbaar is, ook voor mijn werkgever. Bovendien leerde ik al enkele trucjes: als je bijvoorbeeld naar het buitenland reist per trein, neem dan je kaartje vanaf het laatste station waar je in België heen kunt met je meerpassenkaart: scheelt een pak in de prijs. Zo ging ik naar Breda voor slechts 16 euro in plaats van 35.

  1. Mijn railpass: tien ritten, binnen het jaar binnen België te gebruiken. De go-pass voor oudere mensen dus 🙂unnamed (1)
  2. Mijn key-card: niet zo erg gekend maar wel handig: een rail-pass voor korte ritten, denk dus: de twee volgende stations doorgaans. Niet op naam en niet gebonden aan een startstation.
  3. Mijn tien-rittenkaart van de Lijn: tot voor kort op papier, nu via de app. Heel praktisch.
  4. En dan hetzelfde voor de TEC, dit zijn de bussen in het zuiden van het land, voor als ik in Luik of Namen moet zijn. En geef toe: het station van Luik is zo’n architecturale parel, altijd weer een genot voor het oog.unnamed (2)
  5. En als laatste dan nog de kaart van de MIVB, voor de Brusselse metro en tram.

Zoals je wel zult begrijpen: die splitsing van het openbaar vervoer en de veelheid aan passen is voor mij een ergernis maar ik begin het onder de knie te krijgen.

Tenslotte gebruik ik ook Über, voor de langere afstanden, en Jump, de deelfietsenservice van Über. En wat ook nog helpt: een tien-beurtenkaart voor de parking van Gent-Sint-Pieters. Gent is immers als station beter verbonden: vanuit het “binnenland” dubbel zoveel treinen omdat zowel die naar de kust als die van de Westhoek langs Gent rijden. Dus dan scheelt het soms wel eens in reistijd als ik me daar parkeer.

En tenslotte: mijn fietshelm, die gaat ook overal mee.

En jij, hoe regel jij je mobiliteit?

 

fietshelm.jpg

Hoe doen jullie dat?

Als je met twee fulltime, of soms meer dan fulltime, aan de slag bent, met ouders die te ver of te actief zijn om in te schakelen, is de combinatie met de kinderen vaak een puzzel van 10 000 stukjes. We zien dit rondom ons bij vrienden, in de media, op Instagram en bij onszelf.

Mensen vragen ons vaak hoe wij het doen. Net zoals bij het schuldgevoel (zie vorige post), zijn mensen vaak geneigd enkel het mooie te zien bij de ander en de chaos bij zichzelf.

Ze zien twee kinderen die proper gekleed op het familiefeest verschijnen maar hebben geen oog voor mijn verdoezelde wallen. Ze zien een proper opgeruimd huis maar de deur naar de ontplofte wasplaats blijft hermetisch afgesloten.

Toch lijk ik te moeten vaststellen, zonder te willen zeggen dat het hier altijd op wieltjes loopt, dat we een goed team vormen.

Daarom, drie tips die de basis vormen van onze huishoudorganisatie.

  1. Kiezen

Als mijn echtgenoot me soms niet zou tegenhouden, zou ik alles volplannen en steeds meer hooi op mijn vork nemen. Het leven is kiezen, zeggen we dus vaak. Liever enkele dingen goed dan heel veel middelmatig.

Als we onze weekends dicht zien slibben met uitnodigingen en activiteiten, gaan we moedwillig enkele weekenddagen blokkeren. Onze kinderen mogen helaas geen vijf fancy buitenschoolse activiteiten kiezen omdat we de onmogelijke starturen (half vijf op dinsdag, wie haalt dat?) en vele taxiritjes willen vermijden. Voor balsport houden we dus nog even de boot af omdat dit volgens ons een aanslag is op je vrije tijd. Gelukkig denken onze kinderen niet dat ze de volgende Messi zijn. En we hebben binnen 1 km rondom ons huis dertig mogelijkheden om buitenschoolse activiteiten te kiezen, dan moeten ze niet net dat ene kiezen die in de volgende stad ligt.

In het weekend genieten we van gewoon thuis zijn en de kinderen te laten vrij spelen. Ik ben er trouwens van overtuigd dat ze hier ook veel deugd van hebben. Van vervelen, kan je leren, is ons devies (naast: van proberen kan je leren).

Zelf beseffen we dat we niet continu én een droomkoppel én een keukenkoning(in) én blitse ouders én werknemers van de maand kunnen zijn. En ja, ook voor ons worden de “buitenschoolse” activiteiten zwaar ingeperkt.

  1. Vooruitplannen

Mensen zeggen vaak dat wij “zo georganiseerd” zijn. Dan denk ik: “tja, het kan ook niet anders”. Als we in de week nauwelijks iets kunnen doen en alles, van administratie tot zwemles, in het weekend dient te gebeuren, tot het legen van de brievenbus toe, dan heb je geen keuze dan te plannen.

Zo vliegen er op zondag vijf broden de diepvries in en worden ’s avonds al kleertjes voor iedereen klaargelegd. Bo’kes worden gesmeerd voor de opvang en met mijn breakfast2go in de koelkast geplaatst. De tafel staat gedekt.

Op ochtenden dat ik de late trein neem (dus om half zeven op de fiets stap), ben ik 32 minuten wakker in huis en daarvan is meer dan de helft het klaarzetten voor de kindjes en hen aansporen zich aan te kleden. Zodat mijn echtgenoot, die beneden komt op het moment dat ik vertrek, de ochtendshift kan overnemen.

De grootste tijdwinner in de week zit hem in het voor-koken. Om onszelf een gezonde huisbereide maaltijd te geven in de week, wordt alles voorbereid in het weekend. Opwarmkost maar dan vers. Dat vraagt misschien wat meer uitleg in een volgende blogpost.

  1. Tijd maken – bewust leven

Maar door dat voor-koken komen we ook bij onze derde sterkte. We maken tijd voor elkaar. Als we beide thuis zijn, gaan hier heel bewust ten laatste om half negen alle schermen en huisklusjes in slaapstand.  De enige uitzondering zijn het strijkijzer en de televisie. Dan kijken we samen een goede serie (scandi-crimi’s!) of een opgenomen film. Of gewoon eens “met het mes op tafel”, om onze kennis bij te spijkeren. Als mijn echtgenoot in het buitenland zit of in een veel te lange vergadering tot na 21u, werk ik wel eens door en soms is er wel eens een deadline te halen maar over het algemeen delen we de avond samen. Een glas wijn en een boek doen het ook goed of een gezelschapsspel.

Onze kinderen gaan nooit elders logeren maar één keer per maand hebben we een babysit en gaan we iets kleins eten waarna we een toneelvoorstelling meepikken. In het weekend zijn smartphones meestal in de garage verscholen en genieten we van het gezin. We doen samen veel culturele uitstapjes op een vertraagde manier.

We zijn misschien minder bij de kinderen dan andere gezinnen soms maar die momenten dat we dan samenzijn, zijn we ook echt wel samen.

 

En bij jullie, wat is jullie geheim?

 

sta.png

Over ouder worden en zo

Kinderen krijgen is anno de 21e eeuw een vrije keuze geworden, althans in onze Westerse cultuur. Toen mijn man en ik een huis kochten en in het traditionele huwelijksbootje traden (je kan de man uit W-Vl halen maar niet W-Vl uit de man), waren kinderen een evidentie. De vraag was niet of, maar wanneer.

Het verliep beide keren vlot en snel, wat op vandaag al niet altijd meer een evidentie is. Ik ben ook blij dat ik beide kinderen kreeg voor mijn dertigste, al was het maar omdat ik besef dat, wanneer ik 40 word, de kinderen al alleen zullen kunnen thuis blijven als we de gekheid hebben om nog een stapje te zetten.

Waar andere mama’s soms hun frustratie uiten dat na de eerste baby (te) snel de vraag komt wanneer het tweede komt, was ik die vraag al voor. Mijn test kleurde positief op de eerste verjaardag van het eerste.

Na twee komt in onze vrienden- en familiekring vaak drie. Dus wordt al eens de vraag gesteld en zelf houd ik die vraag meer onbeantwoord dan mijn echtgenoot, die fermer nee zal zeggen.

Hoe neem je afscheid van dat tijdperk? We hebben twee gezonde kinderen. Ons leven is soms een sneltrein, met niet altijd evidente vragen van de werkgever. Ons levensdevies is “beter kwaliteit dan kwantiteit”. Dus dan moeten we daar consequent in zijn, toch? Ik voel dat het nu soms net niet té is: de kinderen, het huishouden, de job.

En toch.

Durven die vruchtbaarheid doorknippen (no pun intended) is toch een serieuze stap. Mensen komen vaak aandraven met allerlei praktische argumenten maar uiteindelijk dienen we met ons gevoel te kiezen.

Kijk even niet naar de te kleine gezinswagen en de op te offeren extra ruimte in huis. Denk niet aan de hotelkamers die maximaal gemaakt zijn voor 2+2. Vergeet de studiekosten voor later.

En toch.

Telkens zegt mijn hart dat ik echt niet gemaakt ben voor 2+3, veel meer voor 2+2.

En toch.

Dan bloedt mijn hart als ik maar één kleuter meer op de kleine speelplaats achterlaat. Als ik vaststel dat ik in de kinderwinkel niet langer de schattigste pakjes kan kopen. Als ik op Facebook niet langer Hartjes maar enkel Thumbs up krijg bij foto’s van onze oogappels.

En toch.

Ik besef maar al te goed dat ik te weinig chaoot ben, te veel hou van orde en rust in mijn hoofd en mijn huis om voor een derde te gaan. Ik besef maar al te goed dat een derde bij mij persoonlijk er meer zou komen omdat ik geen afscheid kan nemen van het jong-zijn.

Alleen dankbaarheid als ik onze kroost op de achterbank zie zitten in de spiegel. Alleen is het zo confronterend dat de tijd tussen je vingers door glipt als zand op het strand.

Als alle eerste keren vervangen worden door laatste keren.

Wanneer berg je de babyspullen definitief weg?

En jij, wat is voor jou genoeg?

family

Niet goed genoeg

Een recente post op Instagram deed me even stilstaan bij schuldgevoel. Het is iets dat ik vaak merk bij mezelf en bij andere mama’s. Schuldig als ik iets voor mezelf wil. Schuldig als ik mijn kinderen een rijstkoek en yoghurtje meegeef als vieruurtje, want het brood is op. Schuldig als ik ze om 7u10 moet afzetten op school, omdat de echtgenoot er niet is en ik toch echt wel de trein van half acht richting Brussel wil halen.

Waar ik me schuldig voel dat op bepaalde momenten de weegschaal meer naar werk dan naar gezin overhelt, zie ik thuisblijfmama’s ook worstelen met eenzelfde schuldgevoel om andere redenen.

 

 

Het deed me drie dingen beseffen. Ofwel spreken mama’s meer hun schuldgevoel uit ofwel hebben ze er meer last van. Dat ligt misschien aan hun iets meer piekerende eigenschap? Ik merk het gevoel toch minder op bij papa’s. Bovendien realiseerde ik me dat het een wel heel Vlaams katholiek gevoel lijkt te zijn. Is het iets dat aangeleerd werd door de nonnetjes in de traditionele dorpsscholen? Voor deze twee elementen heb ik geen bewijs, het is slechts een persoonlijke reflectie.

Ten derde: er is altijd schuldgevoel, welke keuzes je als gezin ook maakt. Of je nu thuis blijft of voor een carrière gaat, of je nu hulp inschakelt of niet.

Op basis van dit laatste element, heb ik besloten om iets minder daarover te piekeren en gewoon de beide kanten van de keuzes die we als gezin maken, in ogenschouw te nemen. Ja, ik ben soms ver en lange dagen van huis weg. Ja, ik geef mijn echtgenoot soms twee keer per week dezelfde groente mee naar zijn werk. Maar ook: ja, mijn kinderen zien een mama die gelukkig is als mama en met de rollen die ze ernaast opneemt. En ja, mijn echtgenoot krijgt zelfgemaakt opwarmeten mee zodat hij gezond eet en dat we ’s avonds sneller samen in de zetel kunnen neerstrijken en tijd maken voor ons als koppel.

Bovendien besef ik ook, door recent wat onbetaald verlof op te nemen (het was hoogstnodig), dat ik enorm geniet van de kinderen maar echt wel nood heb aan nog een job ernaast. En dan is de huidige job bepaalde momenten soms eens pittig om te combineren, maar ik zou ongelukkig worden als ik enkel nog thuis onder mijn kerktoren moet blijven.

En jij, hoe ga jij om met mogelijke schuldgevoelens?guilt.png

Voordelen over niet per wagen reizen

Eerder schreef ik al over alternatief vervoer. Graag licht ik nog even toe wat de vijf voordelen zijn die verbonden zijn aan deze manieren om het land te doorkruisen.

  1. Stappenteller

Als je met de wagen tot je bestemming rijdt, waar je parkeert, dan zal je echt wel je best moeten doen om die 10 000 stappen te halen per dag. Zelf haal ik dat overigens ook niet altijd, gezien mijn job nogal van het sedentaire type is: vergaderen en computerwerk. Mijn echtgenoot doet hetzelfde type job maar gaat per wagen. Dit verschil tikt snel aan op de stappenteller. Door mijn vervoerskeuzes doe ik meer stappen per dag dan je gemiddeld zou denken met mijn type job. Alleen al het openbaar vervoer zorgt voor een flinke dosis (alsook het feit dat ik weiger te betalen voor een NMBS-parkingplaats). Daarnaast verplaats ik me overdag al eens tussen gebouwen in Brussel. Ondanks het feit dat elektrische steps als paddenstoelen uit de grond schieten, blijf ik halsstarrig dit te voet doen. Dit verzet even de gedachten, je bent er even uit (of haalt wat gemiste oproepen in) en geeft beweging.

stappen

  1. Verborgen plekjes

Als je met de wagen van A tot Z rijdt, doe je ook niet meer dan dat. Het tegenovergestelde is waar als je met alternatief vervoer reist. Je komt niet rechtstreeks aan bij je bestemming. Wisten jullie bijvoorbeeld dat er in het rustige Tienen een mooi stadspark ligt met een charmant hotel? Of dat je aan de achterzijde van Amsterdam Centraal Station een overzetboot kunt nemen over het IJ? Dat Namen een bruisend historisch stadscentrum heeft aan de voet van de citadel? En zo kan ik nog veel kleine gelukjes opnoemen. Als je dan nog eens een fijn lentezonnetje kunt meepikken, is je humeur ook meteen zonnig.

  1. Geen ivoren toren.

Ik vind het belangrijk om met beide voeten in het leven te staan en te beseffen dat er mensen zijn met andere opvattingen of die andere keuzes (moeten) maken in hun leven. Social media zorgt ervoor dat je al snel in een cocon kruipt van gelijkgestemden. In je wagen zit je in je eigen veilige omgeving die je niet meer laat zien dat er ook mensen zijn die het met minder dienen te doen. Als je met het openbaar vervoer reist, zie je soms schrijnende taferelen maar houd je ook wel je blik open op de wereld.

  1. Je leert mensen kennen

Naast het feite dat je je ogen en orde de kost kunt geven en soms leuke, vreemde taferelen ziet of kunt blijven fantaseren over relaties tussen voor jou onbekende reizigers, kan je ook gewoon mensen leren kennen.

Toegegeven, veel mensen onderweg turen gewoon naar het blauwe licht van hun smartphone of zitten met oortjes uit het raam te staren. Toch bouw je soms ook waardevolle contacten op.

Mensen die niet pendelen per trein, zullen dit niet vatten maar vaak nemen reizigers, gewoontedieren als wij zijn, en zeker zij die een langere afstand afleggen een vaste plek/coupé in een trein op altijd hetzelfde uur en dat leidt tot korte babbels die kunnen uitgroeien tot mooie vriendschappen. Zo heb ik mijn vaste treinbende waarmee ik samen pendelen en waar ik veel fijne momenten mee beleef.

Waar ik zelfs ook mijn bezorgdheden en kommer en kwel mee kan delen. Mensen waarmee je soms tot 8-10u per week mee samen zit, veroordeeld tot hetzelfde hokje, overgeleverd aan de grillen van de NMBS, het doet een band groeien.

Daarnaast, door veel per fiets aan de schoolpoort te staan, leerde ik ook al veel meer mensen kennen dan per wagen. Er is meer tijd, je bent samen buiten, je zit samen al in de regen indien je die dag geen geluk hebt, je rijdt een stukje samen en begint zo andere mama’s en papa’s te (her)kennen.

  1. Ecologie

Het laatste voordeel is een binnenkopper voor wie mij kent. Geef toe: veel meer dan de elektrische tesla’s is het echte milieuvriendelijke vervoersmiddel het openbaar vervoer, de fiets en de benenwagen.

auto